FIN. Het licht blijft branden.

Amsterdam, 8 May 2018

An interview by Gijs de Swarte with the ADCN Annual makers Joris van Elk, Marcel Kremer, Drukkerij Roelofs and Straight. from the ADCN Magazine created specially for the final Vernissage of the book. The magazine was published in Dutch, so is the article. Our apologies for our English readers/members.

Joris van Elk is de man achter vijf jaarboeken en heeft ze alle vijftig thuis staan. Dit (het 50ste ADCN Jaarboek) is zijn ‘meest compromisloze’. Met overzicht, een toefje nostalgie en de blik ferm op de toekomst gericht vertellen hij en de andere makers van het boek over de betekenis van dit laatste ADCN Jaarboek, die pagina voor pagina op zwart gaat.

‘Wat voel je erbij? Daar gaat het toch altijd weer om’, zegt Van Elk. Hij heeft alle vijftig jaarboeken thuis staan, heeft er vijf op zijn naam en het kost hem dan ook weinig moeite mooie herinneringen op te roepen. ‘Generaties creatieven hebben er heel veel bij gevoeld. In het boek zag je wat er gemaakt was en dan dacht je al snel: oh ja, dat wil ook maken, en dat ook en dat… Het was pure inspiratie, want ja – ooit in een grijs verleden was er nog geen internet en kon je eigenlijk nergens zo makkelijk, zo’n goed overzicht vinden van wat er in het vak werd gepresteerd. En dan was er natuurlijk de enorme schouderklop, de bevestiging die ervan uitging. Ik ben zelf een kwart eeuw geleden begonnen en kan me nog goed herinneren dat ik er voor het eerst in stond met werk voor PUK, het uitzendbureau voor daklozen. Dat betekende alles voor een jonge creatief – en het betekende vooral dat je erbij hoorde, eindelijk. Een grotere like kon je niet krijgen.’

De lat

Het gaat Van Elk niet te ver om te zeggen dat hij van het ADCN Jaarboek houdt. ‘Er zijn dan ook werkelijk prachtige voorbij gekomen’, vervolgt hij. ‘Ik herinner me het boek van Diederick Hillenius en Poppe van Pelt uit 2000, echt een van de mooiste. Zij lieten het werk achter het werk zien, de ideeën, de krabbels, de schetsen. Briljant. Of het boek uit 2013 met het thema Monnikenwerk, waarbij, in de eerste bijgevoegde app ooit, de illustraties uit het boek tot leven kwamen. En Jaarboek 2016, gemaakt in samenwerking met drie academies. Met een tentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk Museum, zodat alle studenten konden zeggen dat hun eerste werk al werd geëxposeerd. Echt fantastisch.’

Het boek, meent Van Elk, staat voor vakkennis, liefde voor het werk, de gedrevenheid het best mogelijke te maken en vooral voor kwaliteit. ‘In het boek kon en kun je nu nog zien wat het hoogste niveau is in Nederland,’ zegt hij. ‘Het was de maatstaf.’

‘Het is de ADCN, de lat kan nauwelijks hoger liggen’, zegt ook Jeroen Puntman van Drukkerij Roelofs erover. Puntman, medewerker aan deze en veel voorgaande jaarboeken, verwoordt daar-mee een sentiment dat bij vrijwel iedereen die erin staat of er op de een of andere manier aan heeft bijgedragen, te beluisteren valt.

Tastbaarheid

Ook de ‘tastbaarheid’ van het boek wordt door vrijwel alle betrokkenen genoemd als belangrijke waarde. ‘Dat uit de kast kunnen pakken en dan bladeren, zonder vooropgezet plan kijken waar het boek je mee naartoe neemt…’, zegt graphic producer Marcel Kremer, die aan meerdere Jaarboeken en ook aan deze meewerkte.

‘Het is er, zo’n boek’, zegt Bela Sarah Oortwijn, graficus bij Straight, dat eveneens aan deze en aan vele voorgaande heeft meegewerkt. ‘Ooit werd er een plastic plaatje bij geleverd waarop de radiocommercials te horen waren’, zegt Van Elk nog. ‘Daarop volgden CD’s, later DVD’s, apps. Al die dragers verdwijnen wel op een gegeven moment, maar het boek, dat bewaar je. Het werk, zo vergankelijk in ons vluchtige vak, was ermee gedocumenteerd, voor de eeuwigheid min of meer.’

Zonder concessies

Het doel bij elk boek was verder gaan dan vorige keren. De kernvraag daarbij, volgens Van Elk, wat slaat aan bij mensen die zelf ook voortdurend onontgonnen terrein opzoeken in hun werk? Puntman en ook de andere geïnterviewden noemen dit exemplaar onverdeeld het meest spannende en vergaande ooit. Van Elk: ‘Het basisprincipe bij dit boek is dat het van licht naar donker gaat. Het is een vertaling van wat er, althans voor wat betreft het drukwerk, ook werkelijk gebeurt. Het licht gaat uit als het ware. Maar, en dat is een belangrijke maar, het licht blijft middels een glow in the dark lampje op de rug van het boek ook branden. Het dilemma is natuurlijk: hoe ver ga je met het doorvoeren van zo’n idee? Noodzakelijk ver, zeg ik. Maak het maar zo donker mogelijk, elke pagina, tot je achterin het boek niets meer ziet. Dan zie je dus ook het werk niet meer en daarmee zit je tegen de rand aan van wat we nog net oké vinden, dan wel er overheen. Misschien zijn er ook mensen die dat teveel van het goede vinden, maar kritiek hoort net zozeer bij het vak als de waardering voor een zonder concessies uitgevoerd concept.’

Loslaten en omarmen

Het punt is – en daar gaat het allemaal om: het boek volstaat niet meer. Het is een ontwikkeling die wordt omarmd, zij het duidelijk met een vleugje nostalgie. ‘Droevig dat het de laatste is’, zegt Puntman. ‘Maar zonder enige twijfel van deze tijd.’

‘De tijd van die ene mooie print-advertentie, en de briljante commercial alleen, ligt al heel lang achter ons’, voegt Kremer daaraan toe. ‘Kenmerkend is dat we altijd naar nieuwe vormen op zoek gaan. Het boek valt weg nu en dat past, maar wie weet hoe het beste van het vak in de komende jaren over het voetlicht gebracht zal worden? Dat kan zo maar weer een boek zijn, of een magazine of wat dan ook.’

De recente Buy The Change-campagne van Dawn voor Triodos komt als veelzeggend voorbeeld voorbij. Daarbij worden alle mogelijk media ingezet: commercials, outdoor, online film, een website, app. Het doel is een beweging te creëren die mensen helpt om met hun inkoopkeuzen op de bedrijven te ‘stemmen’ die het met de wereld goed voorhebben. Van Elk: ‘Het werk van Dawn is een sterk voorbeeld van hoe campagnes tegenwoordig opgebouwd zijn. Wil je daar recht aan doen, dan heb je de visie en rol van de bank nodig, de ideeen en doelstellingen van het bureau, en de uitingen in de verschillende media. Je kan er plaatjes van laten zien met een omschrijving erbij, maar dat voldoet niet meer. Het Dawn en Triodos mantra “verandering kun je kopen” is zonder twijfel het beste online inzichtelijk te maken en dat gebeurt dan ook.

‘En de vijf door mij gemaakte boeken zijn evenzoveel kindjes van me. Maar toch zeg ik: vasthouden aan dingen van vroeger doet ons werk geen eer aan. Het leven is loslaten en omarmen en wat wij, als het goed is in ons vak doen, is een reflectie daarvan geven.’

Tekst: Gijs de Swarte Foto’s drukkerij: Erik Hijweege

Dit artikel komt uit het magazine dat als bijlage bij het laatste Jaarboek is uitgegeven.